Dier van de week
De lepelaar is een opvallende en door zijn lepelvormige bek uiterst herkenbare vogel. Hij kan tot bijna een meter groot worden. Je treft de lepelaar aan in natte omgevingen: sloten, zandbanken en wadden. Het exemplaar op de foto is onlangs gespot in de weilanden bij Spaarndam.
Op het menu van deze fraaie vogel staan visjes en andere waterdieren, maar ook slakken, wormen, insecten en een enkele keer een plant.
Lepelaars broeden in kolonies, bij voorkeur op slecht bereikbare plaatsen. Ze worden tot vijf jaar oud.
Dankzij goede beschermingsmaatregelen is het aantal nesten in Nederland van 100 in het Naardermeer in de jaren ’70 gegroeid tot 2.500 nu, van de Waddeneilanden tot in Zeeland.
De vorm van de bek is ook bepalend voor de naam voor de lepelaar in andere talen: ‘spoonbill’ (Engels), Löffler (Duits), spatule (Frans) en espåtula (Spaans).